Naar de Jungfraujoch met de trein

Welkom in het Berner Oberland, daar waar besneeuwde alpentoppen toegankelijk gemaakt werden door een netwerk van tandradtreinen en kabelbanen. Weinig regio's hebben een prachtig berglandschap, en bij nog veel minder regio's is dit landschap gemakkelijk bereikbaar. Daar moet iets aan gebeuren dachten ze in het Zwitserland van de 19e eeuw.

JB BDhe 4-8 Kleine Scheidegg - Eigergletscher.jpg

Geschiedenis

De Jungfraubahn was een idee van Adolf Guyer-Zeller, geboren in een tijdperk waarin zijn voornaam nog geen negatieve bijklank had. Hij wou het prachtige panorama rondom de bergen de Mönch, de Eiger en de Jungfrau toegankelijk maken voor iedereen. Het werd een titanenwerk van 16 jaar. Toen in 1912 het Jungfraujoch treinstation in gebruik werd genomen had het bouwteam een tandradspoor aangelegd over een lengte van 9 kilometer waar tijdens de reis 1400 hoogtemeters overwonnen worden. De laatste zeven kilometer voeren de trein dan nog door een tunnel dwars doorheen de Eiger. Hiervoor gebruikte het team dynamiet om zich stapsgewijs doorheen de berg te werken. In 1899 kwamen zo bij een ongeval met springstof zes Italiaanse arbeiders om het leven. Daarna ontplofte ook nog eens 30 ton dynamietvoorraad in het dalstation, gelukkig zonder slachtoffers. In februari 1912 volgde de doorbraak van de bergwand en konden de arbeiders na 13 lange jaren in de tunnel eindelijk terug in het daglicht werken. Op 1 augustus 1912 werd het station Jungfraujoch in gebruik genomen als hoogste station (3454 m) in Europa.

Jungfraubahn Bohrarbeiten um 1900 (01).jpg
Boorwerkzaamheden voor het plaatsen van dynamiet

De Jungfraubahn was een staaltje van toptechnologie voor zijn tijd. Niet alleen was de tandradbaan al volledig geëlektrificeerd (er werd speciaal hiervoor een waterkrachtcentrale gebouwd aan de Lütschine), ook werd er al aan het milieu gedacht. Zo dienen de remmende dalwaartse treinen als generator om energie op te wekken voor de treinen die bergop rijden.

De treinreis

De reis naar de Jungfraujoch begint in het treinstation van Interlaken Ost. Daar wacht de blauw-gele trein van de Berner Oberland Bahn (BOB). Als reiziger moet je kiezen: de eerste rijtuigen rijden naar Lauterbrunnen, de laatste naar Grindelwald. Uiteindelijk maakt het niet uit waar je instapt, aangezien zowel in Lauterbrunnen als in Grindelwald de mogelijkheid bestaat om over te stappen op de lijnen van de Wengernalpbahn (WAB) die ons verder bergopwaarts voert. Het traject begint relatief plat door de vallei vanuit Interlaken Ost over Wilderswil naar Zweilütschinen langsheen het kolkende smeltwater van een bergrivier. In Zweilütschinen is de splitsing van het traject naar Lauterbrunnen en naar Grindelwald. Hier bevindt zich ook het het depot en de werkplaats van de BOB. Het traject naar Lauterbrunnen gaat met behulp van een tandrad omhoog met een maximumhelling van 96‰. Het traject naar Grindelwald verloopt iets steiler met een maximumhelling van 120‰. Het is in de trein duidelijk hoorbaar als het tandradsysteem wordt ingeschakeld. Wij rijden via Grindelwald omhoog en komen via Lauterbrunnen weer terug.

BOB Approaching Grindelwald.jpg
Op weg naar Grindelwald

Aangekomen in Grindelwald heb je enkele minuten tijd om over te stappen op de geel-groene rijtuigen van de Wengernalpbahn (WAB) die Grindelwald (1064m) met Lauterbrunnen (870m) verbindt over Kleine Scheidegg (2200m). Reis je vanuit Grindelwald naar boven, ga dan zeker aan de rechterzijde van de wagon zitten om het mooiste zicht te hebben. Je geniet van prachtige uitzichten over het dorp met de bergtoppen op de achtergrond. Naarmate we verder stijgen maakt de begroeiing stilaan plaats voor alpenweides als we boven de boomgrens komen. Uiteindelijk kom je aan op Kleine Scheidegg. Loop direct naar achter op het perron, daar begint de wachtrij voor de Jungfraubahn.

WAB Bhe 4-8 Alpiglen - Kleine Scheidegg.jpg
Wengernalpbahn

Zodra de trein vertrekt heb je een mooi uitzicht op de Eiger (ga hiervoor ook weer rechts zitten) tot je na 2 kilometer de tunnel induikt. Vanaf dan kijk je de rest van het traject op een donkere rotswand. Halfweg de tunnel houdt de trein 5 minuten halt in station Eismeer. Stap zeker even uit om aan één van de panoramavensters een blik te werpen de op ruwe ijsmassa van de Grindelwald-Fieschergletscher. Hier loopt het spoor ook even dubbel zodat de dalwaartse trein de stijgende trein kan passeren terwijl deze hier halthoudt. Uiteindelijk komt de trein aan in het hoogste station van Europa: de Jungfraujoch. Dit is het laagste punt op de bergkam tussen de toppen van de Mönch en de Jungfrau.

Eismeer.jpg
Zicht op het Eismeer

Jungfraujoch

Vanuit het station vertrekt er een ondergronds tunnelnetwerk met daarin verschillende bezienswaardigheden. De eerste halte is de lift naar het Sphinx-Observatorium. Het is vernoemd naar de Sfinx, een rotsachtige bergtop waarop het bouwwerk zich bevindt. Het observatorium ligt op 3.571 meter en is een van de hoogste observatoria in de wereld. De lift overbrugt ongeveer 120m in 25 seconden en is hiermee de snelste lift van Zwitserland. Van op het panoramadak van het observatorium heb je een geweldig uitzicht over de Aletschgletsjer en de toppen van de Mönch, de Eiger en de Jungfrau.

Sphinx Observatorium.jpg
Sphinx-Observatorium

Terug beneden vervolgen we onze weg door de tunnel om vlak boven de gletsjer uit te komen. Van deze uitgang vertrekt van maart tot oktober een goed geprepareerd pad naar de berghut Mönchsjochhütte (3650 m). Je bereikt de hut na 45 minuten stappen.

Verder in de tunnel volgt een alpententoonstelling met typische houten figuren en een gigantische "sneeuwbol". Dit is spek voor de bek van de vele selfieverslaafde Japanners en Chinezen die massaal aanwezig zijn.

Na dit intermezzo volgt nog het ijspaleis: een tunnel van enkele honderden meters lang dwars door de ijsmassa van de gletsjer, inclusief enkele grotten met daarin ijssculpturen. Doordat de tunnels zich in de rotsen van de bergkam bevinden en het ijspaleis meebeweegt met de gletsjer, moet de toegang en uitgang elk jaar enkele tientallen centimeters worden verschoven. Door de vele toeristen dreigde het ijs ook te smelten, waardoor nu de temperatuur constant op -3°C wordt gehouden door koelmachines.

Jungfraujoch img 3699.jpg
Het ijspaleis

Hierna zijn we terug in het station en kunnen we de reis dalwaarts aanvatten.

Naar Lauterbrunnen

Eenmaal we terug zijn aangekomen in Kleine Scheidegg stappen we opnieuw op de Wengernalpbahn, ditmaal richting Lauterbrunnen. Over een lengte van 5km wordt het smalle dal waarin ons doel zich bevindt aan beide zijden begrensd door 600m hoge, meestal verticale rotswanden waarover bergstromen zich in vrije val naar beneden storten. De mooiste waterval is zonder twijfel die van de Staubbach vlakbij het dorpscentrum. De waterval is zo hoog dat zijn watergordijn door de wind tot wel 30m in de omtrek wordt verwaaid. Via een uitgehouwen trap kan je tot achter de waterval wandelen, neem dus zeken een regenjas mee.

Lauterbrunnen - Staubbachfall.jpg
De Staubbachwaterval

Even verderop in het dal vinden we de Trümmelbach, een combinatie van verschillende watervallen die zich diep in een spelonk in de bergwand een weg naar beneden hebben gezocht. De schurende werking van het gletsjerwater vol zand en stenen is zo sterk dat voor de toegang tot de site een 100m hoge hellende lift moest worden gebouwd. Aangepaste verlichting zorgt voor een waar kleurenspel in dit watertheater.

Trümmelbachfälle im Lauterbrunnental 29.07.2009 09-43-56.JPG
Eén van de vele Trümmelbachwatervallen

Na al dit watergeweld heb je de keuze: ofwel neem je de trein terug naar Interlaken, ofwel de kabelbaan richting Piz Gloria.